Criteria voor de erkenning van een opleidingsprogramma
Opleidingen nuttig voor de uitoefening van de huidige of toekomstige job van de betrokken cursisten (PC 111.1/2/3) komen in aanmerking.
On-the-job training (= opleiding op apparatuur in de onderneming van de cursist) komt in principe niet in aanmerking,
tenzij de werkgever aantoont dat dergelijke opleiding wordt gecombineerd met theoretische kennisoverdracht in een verhouding
van minimum 20% theorie en maximum 80% praktijk, en past in een ruimer opleidingskader van het bedrijf.
Een bedrijf dat een opleidingsvoorstel indient, moet hierover vóór de behandeling ervan op het eerstvolgende
Programmacomité, zijn ondernemingsraad, of bij gebrek hieraan, de syndicale delegatie of regionale vakbondsvertegenwoordiging
raadplegen. Het bedrijf vermeldt op de aanvraag op welke datum het opleidingsvoorstel geraadpleegd werd of op welke datum het
zal geraadpleegd worden.
Een opleiding duurt minimaal 8 uren, eventueel verspreid over 2 halve dagen. Elk opleidingsonderdeel moet ten minste een
halve dag duren. Een on-the-job opleiding kan verdeeld worden over kleinere tijdsbestekken.
De opleidingen moeten plaatsvinden binnen de werkuren. Als opleidingen buiten de werkuren plaatsvinden moet er voorafgaand
een akkoord zijn met de vakbondsvertegenwoordiging.
De opleidingen moeten in het Nederlands plaatsvinden (behalve de taalopleidingen). Indien de opleiding toch in een vreemde
taal plaatsvindt, moet de werkgever dit argumenteren.